+31 (0) 6 53915492

info [at] vkralingencompany.com

Amsterdam, The Netherlands

Wrange conclusie is dat verhaal Dijsselbloem over banken een vorm van populisme is

Het is primair de bankensector, aldus minister Dijsselbloem afgelopen zaterdag in het FD, die
de opmars van het populisme in Europa heeft gedreven. Nadat hij daar negatieve reacties op
kreeg, gaf Dijsselbloem in het FD van donderdag een onderbouwing bij zijn uitspraken. De
door hem geciteerde academische literatuur levert echter níet de gezochte onderbouwing.
Belangrijker is dat de minister met zijn uitspraken afbreuk doet aan de verhouding tussen de
financiële sector en de maatschappij, terwijl het zowel voor de maatschappij als de sector
nodig is dat die verhouding verbetert.

 

Dijsselbloem baseert zich op een paper van drie Duitse economen dat dit jaar gepubliceerd
is. Onder de titel Politics in the Slump: Polarization and Extremism after Financial Crises,
1870-2014
onderzoeken zij het effect van financiële crises op politieke fragmentatie en
polarisatie in moderne democratieën. De gebruikte data beslaan 800 verkiezingen in 20
ontwikkelde landen over een periode van 140 jaar. Financiële crises blijken in de jaren erna
gevolgd te worden door een groter stemaandeel onder extreemrechtse partijen, een
gefragmenteerd politiek landschap, meer frequente regeringscrises en sociale onrust.
Een degelijke studie, die echter geen onderbouwing van het betoog van Dijsselbloem is. De
gevonden effecten zijn namelijk tijdelijk. Na 5 jaar beginnen ze af te nemen en na 8 jaar zijn
ze niet langer zichtbaar in de data. Uit het onderzoek kan men dus juist níet afleiden dat het
huidige hoge aandeel van populisten in de peilingen in verschillende Europese landen te
wijten is aan enkel de bankencrisis van 2007-2009. Ook het door Dijsselbloem genoemde
argument dat crises tot meer ongelijkheid leiden, en daarom populisme aanjagen, doet in
Nederland geen opgeld. De inkomensongelijkheid is volgens het CBS immers de afgelopen
15 jaar niet veranderd.

 

Er zijn ook wetenschappelijke papers die wijzen op een andere oorzaak van populisme, en
dat is het significante effect van bezuinigingsbeleid op sociale onrust en politieke
instabiliteit. Op grond van het paper Austerity and Anarchy: Budget Cuts and Social Unrest in
Europe 1919-2008
zou de conclusie zijn dat de ombuigingen van het huidige kabinet juist
mede debet zijn aan de opkomst van populisme. Ook die beschuldiging zou een weinig
vruchtbare bijdrage aan het politieke debat zijn.

 

Om de instabiliteit van de bankensector als de voornaamste oorzaak van de recente
opkomst van het populisme te betitelen, gaat echt te ver. Was het maar zo eenvoudig, dan
was het dichten van de kloof tussen politiek en het electoraat overzichtelijk. Minister

Dijsselbloem weet dat ook wel, getuige zijn verhaal bij het 25-jarig jubileum van het Verdrag
van Maastricht dat hij hield op de vrijdag voor hij zijn uitspraken in het FD deed. In die
speech haalt hij ook de migratiecrisis, globalisering en tot baanpolarisatie leidende
technologie aan als oorzaken van het populisme.

 

Een wrange conclusie is dan ook dat de ongenuanceerde uitlating van minister Dijsselbloem
over de rol van banken een vorm van populisme is. Het zal de verkiezingskoorts zijn die
maakt dat hij de bankensector nog een keer als schuldige aanwijst. De bankencrisis had vele
vaders, zoals ook in het recente WRR rapport ‘Samenleving en financiële sector in
evenwicht’ werd geconcludeerd. Toezichthouders lieten steken vallen, net als wetgevers en
zelfs consumenten, en ja bovenal de sector zelf.

 

Net zoals de crisis vele vaders had, is ook populisme een veelkoppig monster. De rode draad
is toenemende onzekerheid in een steeds sneller veranderende wereld, waarin men houvast
in de vertrouwde zuilen, de eigen wijk of de traditionele loopbaan kwijt is. Steeds meer
mensen vinden dat zij kansarm zijn.

 

Wrang is ook dat in de financiële sector veel mensen werkzaam zijn die zich dagelijks
dienstbaar opstellen om belangen van individuele ondernemers en burgers te dienen.
Daarmee is de sector ondersteunend aan een goed functionerende maatschappij, iets wat
door de woorden van Dijsselbloem wordt miskend. De samenleving kan, zo benadrukt ook
de WRR, niet zonder een stabiele en goed functionerende financiële sector, en vice versa.
Waar tot nu het accent sterk lag op het zwaarder reguleren van de sector, wijst de WRR erop
dat er ook aanpassingen nodig zijn in de rest van de samenleving om de financiële sector
haar dienende rol optimaal te laten vervullen. Wij gaan het gesprek over alle nodige
aanpassingen graag aan. Maar daarbij past geen populisme. Daarvoor is een betere
verhouding tussen de financiële sector en de maatschappij te belangrijk en waardevol.

 

 

 

Wiebe Draijer is voorzitter rvb Rabobank,  Barbara Baarsma is directeur
kennisontwikkeling Rabobank en hoogleraar UvA.

Please reload

Recent Posts
Please reload

Archive
Please reload

Search By Tags

I'm busy working on my blog posts. Watch this space!

Please reload

Follow Us
  • LinkedIn Social Icon